PUBLICATIE

Circulair aanbesteden is helemaal in, maar hoe moet dat eigenlijk?

Door Eva Leenders
Gepubliceerd op 24.05.2019

Al een paar jaar gebruiken overheden levenscycluskosten als (sub)gunningscriteria. Sinds 2016 staan ze ook in de Aanbestedingswet. Het is dan ook geen verrassing dat al enkele succesverhalen in de media zijn verschenen, zoals de gehalveerde milieukosten bij de aanleg van fietspaden in Utrecht, of de halvering milieukosten per betontegel in Rotterdam.

Hoewel de Levenscyclusanalyse (LCA) dus niet nieuw is, bestaan nauwelijks eenduidige, algemeen geaccepteerde kwaliteitseisen of beoordelingskaders. Her en der bestaan wel wat standaarden, methoden, rekentools, databases en handreikingen, maar die zijn nog niet volledig.

Meer duidelijkheid is wenselijk. Overheden wacht een grote duurzaamheidsopgave, en circulair aanbesteding kan dan – mits goed gebruikt – een nuttig instrument zijn. Inmiddels heeft de rechtspraak zich uitgelaten over een goede manier van circulair aanbesteden.

Op 25 januari jl. gaf de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvA) namelijk voor het eerst een handvat voor het gebruik van het gunningcriterium LCA. En toeval bestaat niet, want op diezelfde dag deed een Rechtbank hetzelfde.

Volgens de Commissie (advies 472) moet het zo:

1. Marktconsultatie
Eerst betrekt de aanbestedende dienst de markt bij de wijze waarop de LCA een rol kan spelen in de aanbestedingsprocedure. Dit kan helpen de uitvraag toe te spitsen op de relevante aspecten van verduurzaming. Ook kan het meer draagvlak creëren.

2. Geen volledige LCA-uitvraag, maar slechts een selectie van de belangrijkste milieu-ingrepen
Dit om de (administratieve) lasten niet onnodig te laten oplopen. Hierbij wordt zoveel mogelijk controleerbare informatie gevraagd.

3. Neem keuzemogelijkheden bij het koppelen van gegevens weg.
De aanbestedende dienst creëert een gelijker speelveld en transparantie door de modellering over te laten aan één gespecialiseerd(e) bureau (of expert). Dat was in de onderliggende zaak niet goed gegaan. Daarin werden weliswaar internationale standaarden en rekenmethoden voorgeschreven, maar konden inschrijvers nog steeds zelf kiezen tussen softwareapplicaties en databases. De koppeling moet echter vóór aanbesteding worden vastgelegd in een aanbestedingstool en bekend worden gemaakt.

4. Voor inschrijving bekend maken ‘welke beoordelingsscore’ tot een ‘LCA-resultaat’ leidt, waarbij:
a. De LCA-resultaten mogen niet relatief worden beoordeeld.
b. Er een benchmark, of referentieproduct is.

5. Onvoldoende (gedetailleerde) gegevens leiden tot “worst case”, de slechtste score.
Als onbekendheid namelijk niet tot de slechtst mogelijke score leidt, ontstaat een niet gewenste prikkel tot het veinzen van die onbekendheid met de oorsprong van het product.

De rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2019:245) geeft dit aan:
A. Een procedurele toets op de Milieukostenindex(MKI)-waarden en LCA’s is voldoende
De scores worden namelijk later nog (a) door een onderzoeksbureau geverifieerd, en (b) contractueel gehandhaafd via boetes (en mogelijke ontbinding).

B. De behaalde MKI-scores zijn bedrijfsvertrouwelijk.
De scores zijn immers het resultaat van aanzienlijke inspanningen bij het zoeken en doorrekenen van te gebruiken materialen.

Conclusie : Er is nog steeds niet één goede weg om circulair aan te besteden. Deze handreikingen van de Commissie en de Rechtbank bieden overheden een helpende hand bij de opzet van de aanbestedingen. Daarbij wijzen ze ook de inschrijvers op de punten waarop moet worden gelet. Die hulp en aanwijzing blijft hard nodig, want de praktijk zal – gezien de soms erg mooie resultaten – circulair willen aanbesteden.

nAAR OVERZICHT PUBLICATIES >
nl_NLDutch
nl_NLDutch